woensdag 9 december 2015

Selfmanagement: populair zorg-taalgebruik en de nieuwe kleren van de keizer

Vanochtend een belangrijk overleg gehad met verschillende zorginstellingen over hoe de zorg cultuursensitiever moet worden. Plat gezegd, zorgaanbieders en zorgstudenten, moeten meer kennis en vaardigheden ontwikkelen m.b.t. het sterk verkleurende zorg-cliënteel in Nederland. Het gesprek was met mensen die met hun voeten in de klei van de zorg staan en midden in de stress en drastische veranderingen die de decentralisatie van de zorg met zich meebrengt. Al jaren ben ik verbaasd over het vakjargon en wishfull thinking vanuit de jargon-trendsetters. Ik was hier in het werken met mensen uit het onderwijs al vaker over gevallen, maar door dit gesprek kwam mijn verbazing over het populaire begrip "SELFMANAGEMENT" weer naar boven.

Te makkelijk gedacht over Selfmanagement?


Verbazing omdat het een toverwoord lijkt te zijn wat helemaal niet aansluit bij veel belangrijke aandachtsgroepen in de zorg. Mensen in hoge torens bedenken een trend en stellen dit als voorwaarde voor beleid en subsidie-geldstromen, en tataa, vervolgens gaat iedereen met selfmanagement aan de slag. Natuurlijk stel ik het hiermee te simpel voor en natuurlijk is er zeker een zelf-tendens onder handige mensen die met smartwatches, websites en apps, heel veel zelf willen en kunnen doen. Dat is natuurlijk hartstikke goed, net zo goed als dat participatie, zelfredzaamheid en zelfbeheer heel goed kunnen zijn. Het is zeker ook goed om te proberen mensen zelf  de regie te geven. Maar wordt er niet veel te makkelijk over de mensen heen gewalst die niet zo handig zijn? En moet beleid juist niet worden afgestemd op de vraag in plaats van andersom?

De nieuwe  kleren van de keizer


Selfmanagement lijkt op een door zorgverzekeraars en overheid gewenste self-fullfilling prophecy. Voor heel veel mensen is het uitkiezen van de juiste zorgverzekeraar al niet te doen, laat staan als je in de schulden zit, last hebt van COPD, een groot gezin en ook nog eens suikerziekte?? Wat ik me  afvraag als ik deze term in een overleg met praktijkmensen hoor is: zijn er genoeg mensen die tegen de jargon-trendsetters zeggen: Keizer waar zijn u kleren? Doe eens normaal en stop met het abstracte gepraat en kom in het werkveld?

dinsdag 17 november 2015

Straight from the sewer: vechten voor een toekomst


De aanslagen in Parijs maken mij niet zozeer bang, maar vooral kwaad. Ze zetten mij aan het denken. Hoe kunnen we de negatieve emoties ombuigen of inzetten tot iets positiefs? Vechten tegen uitsluiting, vechten voor vooruitgang, vechten tegen starre systemen en tegen verkeerde marketing. De goedkope marketing van angst en populisme zal na de aanslagen nu wel snel volgen. Een van de zaken waar we zelf wat aan kunnen doen, is het bevechten van uitsluiting en het voorkomen van frustraties. En het is geen ver van onze bed show. Zo lazen we vorige week over de vele miljoenen die tevergeefs worden gespendeerd om mensen aan het werk te krijgen, maar niet werken. Dezelfde week had ik een overleg met gemeente, buurtteams en ROC's over de honderden stageplekken die niet vervuld worden in de wijk om nog maar niet te spreken over de langdurig werklozen of 50- plussers die niet aan de bak komen.

Cynisme als gevaar

Ik zie het grote cynisme in wijken en bij veel jongeren als groot gevaar. Dit cynisme wordt enerzijds veroorzaakt doordat in het doorgepolderde Nederland, dubbeltjes in achterstandswijken, helaas meestal dubbeltjes blijven. Anderzijds komt dit door de pseudo-participatie en het ontbreken van ECHT contact met de onderkant. Vandaar de titel van deze blog: Straight from the sewer. Het ontbreekt aan touwladders voor mensen aan de onderkant om uit de goot omhoog te komen. De rappers (Das EFX) in bovenstaande foto zijn omhoog geklommen en hebben hun afkomst niet verloochend. Sterker nog, het is een unique selling point, iets waar ze trots op zijn. Hier is behoefte aan, dat blijkt ook aan de retro van “Straight outta Compton” en de nu al voor veel onrust zorgende Belgische straatfilm “BLACK” van Adil El Arbi and Bilall Fallah.

De huidige Nederlandse bestuurders kennen nauwelijks nog mensen uit de krachtwijken. Daarom faalt menige aanpak van armoede, werkloosheid, jeugdcriminaliteit, radicalisering, etc. Het goedkope idee van verwachten dat mensen met zorgen aan hun hoofd vrijwillig en voor niets de participatiemaatschappij uit de grond gaan stampen komt op het volgende neer: "Kijken, kijken, niets kopen". Dit versterkt cynisme. Begrijp me niet verkeerd, ik geloof in burgerkracht en participatie en net als in gegoede wijken, willen ook veel mensen uit krachtwijken hun steentje bijdragen. Maar het gevaar van cynisme door een 'projectencarroussel', met denken “voor” mensen, ligt helaas nog steeds overal op de loer.

Het speelde in Utrecht bijvoorbeeld ook rondom Cultuur in de Wijken. Mensen vanuit de wijk werden gevraagd om input te geven aan het team van ingehuurde professionals voor de Vrede van Utrecht, en spendeerden uren en uren aan vergaderen, maar wat leverde dit op? De geldstroom kwam de wijk in, maar vloog er via de externe professionals weer versneld uit.

Hetzelfde lijkt nu ook op het gebied van sport te gebeuren. Als er iéts is wat van onderop is opgebouwd is het wel het verenigingsleven en het sporten. Maar ook daar is een hulpverlenings-mechanisme in werking getreden. Professionals worden betaald om de onwetende, ongezonde wijkbewoners richting sport te stimuleren...

Op zich een goed iets, sportstimulering, zeker in dit tijdperk van verleidelijke Nintendo's en chips-lunches op middelbare scholen. Maar doe dit dan van onderop. Zorg dat de mensen die echt contact hebben worden ingehuurd. Zorg dat de zak met geld voor stimulering evenredig wordt besteed aan de mensen die er het hardst voor werken: de mensen die met hun voeten in de modder staan en daar trots op zijn: Straight from the sewer.  Deze mechanismes van het uitsluiten van geldstromen voor de mensen en ondernemers uit de wijk, worden namelijk ongelofelijk goed gesignaleerd. Dat vergeten professionals en bestuurders nogal eens. De aanhang van veel wijkinitiatieven - zoals bijvoorbeeld de vechtsportschool - honderden jongeren en hun ouders uit de wijk, weten allemaal dat hun trainer zich uit de naad werkt en dat als er weer eens "draagvlak" nodig is vanuit de krachtwijk, hun club voorop in de krant komt. Zij weten ook hoe de geldstromen lopen en dat die niet bij hun bottom-up initiatief terecht komen. In 2008 bij het bezoek van toenmalig minister Vogelaar aan de krachtwijken wisten de jongeren in het buurthuis exact te benoemen hoeveel geld er was aangevraagd voor dit "project". Meer voorbeelden hiervan zijn ook terug te vinden in "STRAAT KREDIET" een biografie over Said Bensellam geschreven door Frank van Gemert.

Oorzaken van Kijken, kijken, niets kopen

De basis voor dit cynisme is gelegen in het feit dat ‘niet-probleem-eigenaren’, niet via het bonus /malussysteem betaald, problemen van anderen moeten oplossen. Dit terwijl het ontbreekt aan mandaat of borging van onderop. Het systeem van overheidsmatige projectinterventies gekoppeld aan het hiaat tussen bestuur/elite en de onderkant, zorgt voor het "Kijken, kijken, niets kopen". Want als het project is goedgekeurd, moet het draagvlak nog gecreëerd worden, zonder dat de ‘onderaannemers’, de ‘wijkinitiatieven’ zijn meegenomen in de begroting. Je zou daarom bijna de oproep doen aan de wijken/onderkant: doe niets voor niets! Hoe anders kan dit onbedoeld en onbewust zo uitpakkende systeem worden doorbroken? Niets voor niets kan natuurlijk niet de oplossing zijn, maar hoe anders kan er gewerkt worden aan een eerlijkere beloning in geld en ‘waarde’ring voor de echte werkers, de lokale helden, de vaklui, de doeners, de no-nonsens mensen?

Boosheid omzetten in daadkracht

Ik ben zelf ondanks de woede en het gevaar van cynisme, nog steeds optimistisch. Ik zie kansen voor collectieven en het slimmer organiseren van onderop. Het past in de tijdsgeest en het momentum is daar. Maar hoe kan dit feest voor de al kansrijke hogeropgeleiden ook bijdragen aan het doorbreken van cynisme aan de onderkant? Anders gezegd: hoe kunnen de trends van slimmer anders zelforganiseren, coöperatieve vormen, elimineren van tussenschakels (zoals bijvoorbeeld m.b.t. energie bij Vandebron) en nieuwe deeleconomieën worden ingezet voor het vechten tegen cynisme? Het vechten voor opklimmen uit de goot? Wijken als Molenbeek in Brussel, de Afrikaanderwijk in Rotterdam, Slotvervaart/Nieuw-West in Amsterdam, de Schilderswijk in Den Haag en Kanaleneiland of Overvecht in Utrecht moeten wijken zijn waar mensen met een vechtersmentaliteit ‘rechtstreeks uit de goot’ vooruit kunnen komen en daarvoor moeten allen zeilen bij!

Bronnen/ tips




dinsdag 27 oktober 2015

Werk met BONUS-MALUS in de wijkaanpak: samenbrengen van Geldstromen door de Wijk Kanaleneiland

Een paar weken geleden gaf ik samen met Pieter Buisman een werkshop voor de wijkraad Zuidwest in Kanaleneiland op het wijkbureau. De wijkraad wilde graag meer weten over onze succesvolle workshop Geldstromen door de Wijk en hoe dit in de praktijk wordt gebracht bij Krachtstation-Kanaleneiland. Tijdens deze werksessie stonden we stil bij de vele geldstromen die door de wijk gaan en het vele geld dat verloren gaat, ofwel weer keihard wegstroomt. Een belangrijk item dat ervoor kan zorgen dat er zoveel mogelijk voor en door de wijk benut wordt is: ondernemerschap met gezonde prikkels. Door geldstromen, projecten en klussen in wijken vanuit ondernemerschap en verdienmodellen te benaderen kan de potentie van een wijk veel beter benut worden. Klinkt leuk, maar nu concreet 5 tips:

1. Breng geldstromen in kaart, zorg voor transparantie


Breng geldstormen in kaart, zodat je kunt gaan proberen aan de knoppen te draaien. Het advies aan de wijkraad was dan ook om de gemeente hierbij uit te dagen. Vraag budgetten op, stel vragen, wees kritisch.


2. Zoek ondernemers op en daag ze uit


Ondernemers zaten niet aan tafel bij de wijkaanpak, en wijkeconomie werd in eerste instantie vergeten. Dat is gelukkig wel veranderd, maar slimme innovatieve oplossingen worden nauwelijks gebruikt in de wijkaanpak. Sterker nog, er wordt meestal zelfs geen appel op ondernemers, of ondernemende mensen gedaan. #Durftevragen blijkt in de sociale media heel krachtig en goed te werken, maar doe dit ook live in de wijk! Het voorbeeld wat Pieter Buisman vaak aanhaalt gaat over de hoge zorgkosten en de mevrouw die een traplift nodig heeft, doordat dit in de media komt, komen er tal van ondernemers uit de wijk, die een veel goedkopere en slimmere oplossing hebben dan de aanpak die via de zorgpartij en de gemeente wordt voorgesteld: Easysteppers is hiervoor zo'n goed voorbeeld.

3. Werk dan wel met de juiste prikkels: een Bonus-Malus Systeem


Stimuleer niet het produceren van uren, en denken in problemen, maar het oplossen en denken in kansen. Daar waar veel ondernemers beloond worden als hun project of product goed loopt (winst) en "gestraft" worden als dat niet zo is (verlies). Is dit in de non-profit/ sociale sector en bij de overheid niet of veel minder het geval. Dit speelt wijken parten, de uit de voegen gebarsten projectencarrousels bij de Krachtwijken waren hier een goed voorbeeld van.  Een hoop zou voorkomen kunnen worden, wanneer er gewerkt zou worden volgens een bonus malus systeem. Zo ontstaat er een belang bij het oplossen van problemen. Doe je het goed, los je het probleem beter op, dan krijg je ook meer (bonus), en blijft het vooral bij veel praten en vergaderen, dan is het jammer: minder/ niets (malus). Met een bonus malus (mits goed gedefinieerd) komt er een automatische rem op onnodige uren verspilling en inefficiëntie en een belang op oplossingen en tastbare resultaten. Uiteraard moeten de targets waarop de bonus en de malus gebaseerd worden, wel goed worden gedefinieerd en hiervoor is dan vaak een nulmeting en een latere effectmeting nodig (sociale en economische impact monitor) Alleen al de noodzaak om hierover na te denken, zorgt voor verbetering.

4. Sociaal ondernemerschap/ Wijkbedrijf: Niet alleen de lusten, maar ook de lasten. Ondernemen is risico nemen en geen vrijheid blijheid


Voorwaarde voor succes is ook het zorgen voor een eigen inbreng. De inbreng van eigen vermogen, hoe groot of klein ook, zorgt ervoor dat de motivatie is ingebakken in het businessmodel. Niet voor niets is dit een voorwaarde voor financiers en banken. Dit bant vrijblijvendheid en freeriders gedrag uit en zorgt ook voor eigenaarschap van initiatiefnemers in de wijk. Er is iets te winnen (dan kan gaan om een eigen stek in de wijk, om geld, om een baan, etc.) maar ook iets te verliezen. Als het niet lukt, dan gaat dat ook ten koste van iets, het moet ook pijn kunnen doen.

5. Combineer de menselijke maat van de wijk of buurt, met noodzakelijke schaal zoals bijv. Wijkcooperatie.nl


Werken vanuit de wijk werkt omdat de schaal behapbaar is en mensen geen nummer meer hoeven zijn. Globalisering en glokalisering gaan hand in hand. Maar wijkinitiatieven en projecten die geldstromen die de wijk uitvloeien naar de wijk proberen om te buigen hebben voor sommige zaken juist ook schaal nodig. Er is veel discussie over nieuwe businessmodellen en de nieuwe deeleconomieën die ontstaan tal van terreinen zoals wonen (Airbnb) en vervoer (Uber) en ook op het gebied van schoonmaak aan huis (Helpling), maar voortbordurend op deze modellen liggen zeker grote kansen voor wijken en buurten, mits goed doordacht. Een goed voorbeeld in ontwikkeling is wijkcooperatie.nl.  Zij organiseert en ontwikkeld o.a. een backoffice om mensen die in de wijk willen werken en bedrijven die mensen uit de werk willen hebben te ontzorgen en de marges die anders wegvloeien naar marktpartijen van buiten de wijk, kunnen in de wijk of het gebied zelf blijven. Dit wordt bij het Krachtstation Kanaleneiland in de praktijk gebracht en een van de sociaal ondernemers die in het Krachtstation huurt zal de receptiefunctie voor de wijk uitvalsbasis gaan vervullen, alsmede klussen in en rondom het beheer van het gebouw.

woensdag 24 juni 2015

Ramadan en Suikerfeest, eindelijk als kans gezien?

Nederlanders stonden bekend als handelsvolk, de VOC-mentaliteit waar ex-premier Balkenende zo trots op was. en keek over het algemeen niet zo naar diversiteit en geloof, tenminste, zolang het voordelig was. Opportunisme kan je als belangrijke voorwaarde voor succesvol ondernemerschap zien. Maar waar is dit opportunisme als het gaat om moslims en migranten als klanten? Zijn we bang voor kleur, bang voor de Islam? Of onbekend en te weinig flexibel? De toekomst en jeugd van Nederland is gekleurd, of je nu wilt of niet, dus durf te denken in kansen. Labyrinth - Extenzio voert al jarenlang de Suikerfeestmonitor uit omdat sprake bleek te zijn van een blinde vlek bij de grote Nederlandse retailers en supermarkten. Marketing en promotie en een aangepast assortiment, wat voor het Kerstfeest of welk feest dan ook heel normaal is, komt nu schoorvoetend los rond de Ramadan en het Suikerfeest. HEMA en Albert Heijn. voorzichtig kwamen grote ketens de laatste jaren met acties. Dit is vooral zichtbaar in de grote steden waar deze belangrijke klantgroep niet meer is weg te denken. In de VS of Amerika is het heel gewoon en heel succesvol, etnomarketing. Ieder jaar monitoren wij weer andere en nieuwe ketens die hun ogen openen voor de Ramadan en het Suikerfeest. Zal dit nu gaan doorbreken? Fashion lijkt nu het voortouw te gaan nemen! Welke kansen zie jij?

dinsdag 3 februari 2015

Verdringing als argument om het oude in stand te houden?

In al die jaren dat ik mij met wijkeconomie bezig houd en recent ook bij de workshop van Labyrinth Academy over geldstromen door de wijk, komen vaak dezelfde belemmeringen naar voren. Wanneer wij kansen om geldstromen door de wijk benutten, neem bijvoorbeeld het doen van het schoonmaakwerk van de portiekflats door wijkbewoners zelf, wordt door een "geldstroominbrenger" vaak het argument van verdringing gebruikt als reden om het werk niet uit te besteden aan een lokaal initiatief zoals een wijkcoöperatie. Naast het feit dat contracten meestal niet zomaar opgezegd kunnen worden (raamovereenkomsten) en "moeten" worden aanbesteed, wordt verdringing vaak aangevoerd als inhoudelijk bezwaarpunt: wijkbewoners een baan, huidige schoonmaker werkloos? Het is interessant om verder op dit item in te zoomen. Niemand zit te wachten op sec het verplaatsen van problemen. In hoeverre zal er bij wijkcoöperaties, buurtinitiatieven, bewonersbedrijven etc. echt sprake zijn van verdringing? Of zijn het nu meestal ook al mensen uit de wijk die bepaald werk doen en zo ja, wat is dan het verschil?

Niet lokale baan, maakt plaats voor lokale baan. Herverkaveling arbeidsmarkt

Wanneer als voorbeeld de schoonmaker van buiten de wijk, plaats maakt voor die uit de wijk, kan de schoonmaker van buiten de wijk dan in zijn eigen gebied werken? Dan is het meer een herverkaveling van de arbeidsmarkt.

Werken voor de wijk, voor het collectief in plaats van voor een baas op grote afstand

Uit onze onderzoeken naar ondernemerschap binnen het kleinbedrijf blijkt dat een belangrijke reden voor veel mensen om zelfstandig te worden, zit in het feit dat veel mensen liever niet voor een baas op afstand werken. Zij zoeken vrijheid, trots en verbondenheid. Werken voor de wijk als werkgever, of voor het lokaal gewortelde kleinbedrijf, zoals de arbeiders in Mondragon (Baskenland), in plaats van de beursgenoteerde schoonmaker met anonieme aandeelhouders kan ervoor zorgen dat mensen weer met opgeheven hoofd naar hun werk gaan. Het is niet werken voor een ander, maar werken voor ons en voor jezelf.

Geen verdringing van arbeidsplekken, maar wel van verdienmodel

In dit geval hoeft er dan helemaal geen verdringing van arbeidsplekken plaats te vinden. Wel verdringing van businessmodel: Afroming van buiten de wijk, maakt plaats voor afroming binnen de wijk. Geen gekke gedachte gezien het feit dat er anders weer belastinggeld moet gaan richting uitkeringen en sociaal maatschappelijke problemen. En wat te denken van ziekteverzuim bij grote schoonmaakbedrijven (of zorgbedrijven, of beheerdersorganisaties, of schilderbedrijven, of etc. etc. etc.)?

Makkelijker gezegd dan gedaan

Het is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. Een bedrijf opzetten gaan niet vanzelf, hiervoor is veel ondernemerschap en talent nodig. Zie hiervoor ook mijn blog "Wijken hebben ondernemersskills nodig".

maandag 19 januari 2015

Kan de slimme "DOM"stad verbinden naar beneden?

Uitdaging naar aanleiding van nieuwjaarsspeeches: Kan slimme yuppenstad ook naar beneden toe verbinden?

Utrecht is de meest hoogopgeleide regio van Nederland. Volgens Lonely Planet is de stad zelfs één van de meest bijzondere plaatsen van Nederland. In 2015 vindt ook nog eens de Grand Depart van de Tour de France plaats in de Domstad. Op economisch gebied gaat het crescendo met hoogopgeleide clusters als Utrecht Sciencepark en het slimme Utrecht Development Board (UDB). Het houdt niet op. Niet voor niets behoren de inwoners van Utrecht tot de gelukkigste mensen van Nederland. Ik ben dan ook zeker trots op Utrecht. Een prachtstad, met een dijk van een burgemeester. Maar hoe zit het met de schaduwzijde van de Dom?


Hoe zit het met de handen aan bed, de taartenbakker op Lage Weide, de taxichauffeur, de cateraar en de schoonmaak(st)er van ’t nieuwe stadskantoor?
Graag ook meer aandacht voor degenen die dat juist nu nodig hebben. Het gaat niet vanzelf, hoogopgeleiden en lager opgeleiden gaan helemaal niet zo makkelijk samen. Als in 2015 al die slimheid daar nou eens voor zou kunnen worden aangewend. Hoe kunnen de knokkers aan de ‘onderkant’ écht profiteren van de Grand Depart?  

“Utrecht maken we samen“. Hoe dagen we die bovenkant uit om de onderkant expliciet  mee te nemen?
“Utrecht maken we samen”. Ja, samen met OSM (ons-soort-mensen), althans de hogeropgeleiden, op een creatieve industriële locatie of  in het nieuwe stadskantoor. Burgers doen mee? Maar wel vooral vrijwillig en onbetaald. Ik merk bij onze onderzoeken en workshops over wijkeconomie, sociaal ondernemerschap en geldstromen en nu ook bij deze speeches, dat de ‘onderkant’ steeds vergeten wordt. Maar daar ligt nu juist ook de economische en maatschappelijke winst! Wie weet hoe groot dit onbenutte potentieel is? Alleen al in euro’s?

Een paar maanden terug werd gesubsidieerd Utrecht weer volop uitgedaagd om subsidies in te dienen voor de “Sociale prestatie en dagondersteuning”. Hoe serieus is gesubsidieerd werken als dit alleen maar op subsidies leunt en talentrijke mensen niet ECHT door het bedrijfsleven worden opgenomen? 2015 is het jaar waarin de Participatiewet een feit geworden is en de decentralisaties werkelijkheid worden. Daarom is het juist in dit jaar van belang om de “haves”, de “succesvollen”, de “slimmerds”, uit te dagen om ook de onderkant mee te nemen. Meer economisch geformuleerd: slim en succesvol Utrecht, laat je uitdagen om geldstromen en multipliers naar de onderkant te creëren! Ik doe alvast een voorzet voor de belangrijkste vraagstukken:

  • Hoe kunnen de no nonsens bruggenbouwers Annie uit Ondiep of Rachida uit Kanaleneiland, netwerkers pur sang, die zoveel mensen kennen en bereiken via het schoolplein, het voetbal en de sigarenwinkel, een boterham gaan verdienen aan de participatiemaatschappij en uit hun uitkering komen? Zij hebben de buurt veel sneller gemobiliseerd en geïnformeerd dan de betaalde werkers. Waarom hen dan ook niet echt belonen? Wel zo efficiënt en economisch toch?
  • Hoe kunnen de geldstromen die door de wijken gaan, ook daadwerkelijk en substantieel worden benut door de mensen uit de wijk?
  • Hoe kunnen de legers van Handel studerende ROC’ers alsnog een baan gaan vinden in deze hoogwaardige kenniseconomie? Een economie waar eigenlijk steeds minder banen zijn voor deze dienstverlenende MBO-middenmoot van opleidingen die niet meer aanslaan bij het bedrijfsleven met hun ‘shared service centra’ en gedigitaliseerde boekhouding.
  • Hoe kunnen zogenoemde nog-niet-professionals ook betaald werk krijgen door de Buurtteams, die nog (te) weinig knowhow hebben van de allochtone medeburgers? Hoe kan voor deze plekken een win-win businessmodel worden ontwikkeld?
  • Hoe kunnen de wijken (wijkeconomie/ middenstand) ook echt wat hebben (verdienen) aan de Tour de France?
Slimme combinaties van Sociaal, Ondernemen, coöperatieven, The Colour Kitchen
Ik zie de oplossingen en kansen vooral in het slim benutten van het goede van de commercie en het sociale. Door wijkcoöperaties of andersoortige samenwerkingsverbanden kunnen bewoners en het kleinbedrijf slim inspelen op bijvoorbeeld het onderhoud in de buurt. De markt komt sowieso met hulpmiddelen. Neem 'Helpling', van Benedikt Franke uit Duitsland. Een voorbeeld van hoe de één (slimmerd) de ander (schoonmaker) kan helpen. Het mooiste voorbeeld van het mooie Utrecht vind ik tot nu toch wel The Colour Kitchen. Een sociale onderneming waarvan de opmars niet te stuiten is. Grote namen als Rabobank, Ordina en Mitros hebben zij al als klant. Restaurant, cateraar, leerwerplekken, receptie, alles in één. Een combinatie van sociaal en zakelijk  zonder geitenwollensokken insteek. Een prachtig initiatief zonder veel gelul en bijeenkomsten: 2015: GEWOON PRAKTIJK, DOEN, DOEN EN NOG EENS DOEN.

zaterdag 25 oktober 2014

PvdA pleit voor meer macht voor buurten. Hiervoor zijn ondernemersskills nodig, anders risico op nieuwe subsidieindustrie

PvdA haakt in op voorwerk LSA, Ministerie BZK, Pakhuis de Zwijger en vele anderen
Kamerlid Grace Tanamal springt namens de PvdA terecht in op het nu actuele thema van buurtrechten waar het ministerie, het LSA, tal van bewoners en professionals en ook het ministerie van BZK al een tijd mee bezig zijn. Zelf ben ik meer dan tien jaar bezig met wijkeconomie en verdienmodellen voor wijken en gebieden. Ik kreeg veel publiciteit - o.a. in de NRC - omdat  er in de “vogelaarplannen” nauwelijks aandacht was voor wijkeconomie en ondernemerschap. Want de belanghebbenden bij verbetering in de buurt, de bewoners en ondernemers, deden in die plannen niet mee. Het geld ging vooral naar de carrousel van professionals en partijen van buiten de wijk. Nu - anno 2014 - moet het roer economisch en maatschappelijk drastisch om. Met de decentralisaties en bezuinigingen moet er met minder geld, veel meer gebeuren. Destijds in 2007 werd ik door tal van organisaties bekritiseerd, maar ik vertolkte niet anders dan hetgeen wij ophaalden bij bewoners en ondernemers uit de wijken. Die uitspraken waren niet gunstig voor de “probleemindustrie”. Nu er meer moet met veel minder geld zijn bewonersparticipatie, wijkbedrijven en wijkeconomie een must geworden voor de toekomst van de wijken. Dit besef begint nu door te dringen in de Tweede Kamer van waaruit 'back-benchers' nu om buurtrechten roepen.

Het gaat niet vanzelf
En daar schuilt het gevaar in, want nog steeds is de aansluiting met ondernemers en vooral 'ondernemersskills' er nauwelijks. Het is hoopvol dat er nu steeds meer initiatieven komen waarmee een hoop loskomt. Maar bij de meeste initiatieven en de overheid (m.n. gemeenten) ontbreekt het
aan kennis en vaardigheden om buurtondernemingen succesvol te maken. Zoals kennis over:

  • geldstromen die benut kunnen worden door wijken
  • verdienmodellen
  • behoeften van wijken en wijkbewoners/ondernemers
  • marktpotentie en (financiële) haalbaarheid
  • het aan laten sluiten van de kansarmen
  • belangen van probleem-industrieën en gevestigde orde organisaties

Veel initiatieven hebben geen of wankele businessplannen. Nu hoeft dat natuurlijk ook niet meteen. Initiatieven moeten ook de kans hebben om onverwachts te ontstaan, vanuit een nieuwe energie. Maar uiteindelijk is een onderneming alleen duurzaam als er meer geld verdiend wordt dan er wordt uitgegeven. Hiervoor is kruisbestuiving nodig met beproefde 'ondernemersskills', concrete verdienmodellen en ondernemerschap. Als dit niet gebeurt is het risico groot dat goed bedoelde initiatieven in hun goede bedoelingen blijven steken of alleen maar op de been gehouden kunnen worden door een nieuwe subsidiecarrousel. Meer omzet creëren voor en door de wijk  gaat niet vanzelf. En het wordt link als het onderwerp een politieke hype wordt die iets te makkelijk buurtrechten en buurtondernemingen als oplossing voorspiegelt van complexe veranderingen (decentralisaties/bezuinigingen) waarvan de politiek zelf de oorzaak is. Veel werk aan de winkel dus, het gaat niet vanzelf!